De zwemstijlen die beoefend worden in de trainingen, zijn de stijlen die ook tijdens de Olympische spelen en wereldkamioenschappen worden gezwommen. Het zijn er vier, De boscrawl of vrijeslag, de schoolslag, de rugslag en de vlinderslag. Hier onder zie je een aantal afbeeldingen van de divere stijlen met een korte uitleg en wetenswaardigheden. Hoe we op deze slagen trainen lees je op de pagina trainen.

Vrijeslag

De vrije slag kent verreweg de meeste wedstrijdonderdelen: 50 meter vrije slag 100 meter vrije slag 200 meter vrije slag 400 meter vrije slag 800

Schoolslag

De schoolslag is niet alleen de oudste zwemslag, maar tevens de meest in de praktijk gebrachte slag, omdat de slag de zwemmer eenvoudig in staat stelt adem te halen. Het is ook de traagste van de vier zwemslagen. Topzwemmers overbruggen gemiddeld 1,67 meter per seconde.

Rugslag

De rugslag of rugcrawl is een slag die wordt uitgevoerd op de rug. De slag wordt als wedstrijdslag gezwommen. De rugcrawl is een slag die bij de mensen aan het begin van de zwemlessen aan het begin al wordt aangeleerd. Dit omdat de slag vaak gezwommen wordt en technische uitvoering vaak vrij moeilijk aan te leren is.

Vlinderslag

De vlinderslag is van alle in het zwemmen gehanteerde slagen de jongste variant. Hij is voortgekomen uit de klassieke schoolslag, doordat de contrabeweging van de armen op een bepaald moment boven het water werd uitgevoerd. De zogeheten 'armdoorhaal' werd verlengd in de richting van de heupen, terwijl aanvankelijk de schoolbeenslag gehandhaafd bleef.